This user hasn't shared any biographical information
Posts van elisabeth
Kabouter Budda, Dik de Kip en Engel-Bengel
Jaren geleden kreeg ik van een vriendin-pottenbakster een geglazuurde zwart-witte vogel. Totnogtoe ben ik er niet uit of dat nu een kip of een duif is. Feit is dat ze met mij mee verhuisde en op mijn terras pronkt. Eerst tegen een grote bloempot zodat ze mij al toesnavelde van aan de voordeur. Dat was me net iets teveel enthousiasme. Dus zit ze nu in een bloembak, verscholen onder het groen, met haar snavel naar ’t Scheld’ en haar platte zwarte staart naar mij en dat zint ons, allebei. Liever zou ik voor de grote bloempot een lachende boeddha zien die me bij het binnenkomen naar het terras lokt. Maar die ene, waar ik mijn zinnen op gezet had, was verkocht.
Vita’s geurende kruidentuin
“Ze wandelt door de schoonheid Die ze schiep, Tussen de appelbloesem en het water Ze wandelt door het bont brokaatpatroon, Elke boom haar dochter, elke bloem haar zoon.”
Help, mijn pompoenen groeien!
De twee zusjes, 3 en 6 jaar, liggen plat op hun buik op mijn terras, aan weerszijden van de grote bloempot-met-pompoen; “Oma, kijk, een baby aan je pompoen!” En ja, onder de allereerste goudgele bloem zit een miniscuul knikkergroot knobbeltje. De pompoenscheuten vol malse bladeren slingeren zich als lianen in twee richtingen, onderweg alles omhelzend en omarmend om zich vast te zetten met hun voelsprietjes. De ene slinger wil omhoog en zit nu aan mijn slaapkamerraam. De andere richt zich, grondelings, naar het zuidelijk terrasuiteinde. Eén zot geweld van blad en bloem. Zolang ik nog aan de terraskast geraak, is alles dik in orde.
Ode aan mijn potten-moestuin
Een ruis van regen
strooit duizend schitterende sterren op hosta- en vrouwenmantelblad en lokt me naar buiten. de goudbloemen blinken van deugd de knipsla groeit zienderogen. pompoen-in-pot drinkt roerloos het nat geweld. ze zijn gelukkig. ik ook.
Jaren geleden kreeg ik van een vriendin-pottenbakster een geglazuurde zwart-witte vogel. Totnogtoe ben ik er niet uit of dat nu een kip of een duif is. Feit is dat ze met mij mee verhuisde en op mijn terras pronkt. Eerst tegen een grote bloempot zodat ze mij al toesnavelde van aan de voordeur. Dat w
“Ze wandelt door de schoonheid Die ze schiep, Tussen de appelbloesem en het water Ze wandelt door het bont brokaatpatroon, Elke boom haar dochter, elke bloem haar zoon.”
De twee zusjes, 3 en 6 jaar, liggen plat op hun buik op mijn terras, aan weerszijden van de grote bloempot-met-pompoen; “Oma, kijk, een baby aan je pompoen!” En ja, onder de allereerste goudgele bloem zit een miniscuul knikkergroot knobbeltje. De pompoenscheuten vol malse bladeren slingeren zich als
strooit duizend schitterende sterren op hosta- en vrouwenmantelblad en lokt me naar buiten. de goudbloemen blinken van deugd de knipsla groeit zienderogen. pompoen-in-pot drinkt roerloos het nat geweld. ze zijn gelukkig. ik ook.